Artikel geschreven JPV, Architraaf n° 215 van September 2023

  1. Wederkerige overeenkomst

De architectenovereenkomst is een « wederkerige » of bilaterale overeenkomst, wat inhoudt dat de prestaties en verbintenissen van een partij afhankelijk zijn van die van de andere partij. Dit soort overeenkomst doet wederkerige en van elkaar afhankelijke verbintenissen ontstaan.

Elke partij is tegelijkertijd schuldeiser en schuldenaar van de andere partij.

Artikel 5.6 van het nieuwe Burgerlijk wetboek stelt dat er sprake is van een wederkerige overeenkomst « wanneer de partijen over en weer jegens elkaar verbonden zijn. »

De architect levert zijn werk af ten voordele van de bouwheer op voorwaarde dat deze laatste zijn verbintenissen naleeft en dus onder meer de erelonen betaalt conform de bepalingen van de overeenkomst (opeisbare bedragen en voorziene termijnen).

Bijgevolg kan een partij, in geval van tekortkomingen in hoofde van de andere partij en mits naleving van bepaalde voorwaarden, de overeenkomst vroegtijdig beëindigen.

Het gaat dan over de ontbinding van een overeenkomst.

Wanneer de architect niet meer tijdig of correct betaald wordt, dan heeft hij het recht om zijn opdracht niet langer verder te zetten.

Andere kritieke situaties kunnen eveneens voor gevolg hebben dat de architect deze extreme oplossing aangrijpt ; bijvoorbeeld wanneer de bouwheer zich op ernstige wijze en onterecht inmengt in het bouwproces of systematisch de aanbevelingen van de architect verwaarloost, in het bijzonder wanneer deze aanbevelingen betrekking hebben op de stabiliteit of de waterdichtheid van het gebouw, waardoor de tienjarige aansprakelijkheid van de bouwers in het gedrang kan komen.

De ontbinding werd reeds geviseerd door artikel 1184 van het oud Burgerlijk wetboek dat voorziet dat een partij bij een wederkerige overeenkomst, jegens wie de verbintenis niet is uitgevoerd, de keus heeft om ofwel de andere partij te noodzaken de overeenkomst uit te voeren, wanneer de uitvoering mogelijk is, ofwel de ontbinding van de overeenkomst te vorderen, met schadevergoeding.

Hieraan moet worden toegevoegd dat de architect-schuldeiser eveneens de opschorting van zijn verbintenissen kan overwegen.

Deze oplossing is echter niet aangewezen.

Immers, de architect heeft de verplichting om de uitvoering van de werken te controleren.

Het opschorten van deze controle staat dus gelijk met het onderbreken van de werf, wat praktisch quasi onmogelijk is en bovendien zeer veel schade met zich meebrengt, niet alleen voor de in gebreke blijvende bouwheer, maar ook voor de aannemer.

De wet geeft de schuldeiser dus de keuze : ofwel verplicht hij de schuldenaar om de overeenkomst uit te voeren, ofwel gaat hij over tot de ontbinding ervan.

  1. Voorwaarden van de ontbinding

De vroegtijdige ontbinding van de overeenkomst is uiteraard onderworpen aan zeer strikte voorwaarden.

Het gaat immers over een extreme oplossing, die de bouwwerken dreigt lam te leggen, aangezien deze niet meer door een architect worden gecontroleerd.

1°      Artikel 5.83 van het nieuwe Burgerlijk wetboek vereist dat het toepassen van de sancties in geval van niet-uitvoering van de overeenkomst wegens wanprestatie van de schuldenaar (onder meer het recht op ontbinding van de overeenkomst) voorafgegaan wordt door een ingebrekestelling.

2°      « Het wederkerige contract kan worden ontbonden wanneer de niet-nakoming van de schuldenaar voldoende ernstig is of wanneer de partijen zijn overeengekomen dat die de ontbinding rechtvaardigt. » (artikel 5.90).

De ontbinding kan ook geschieden wanneer er sprake is van « uitzonderlijke omstandigheden » wanneer  het duidelijk is « dat de schuldenaar, na te zijn aangemaand om binnen een redelijke termijn voldoende waarborgen te bieden voor de goede uitvoering van zijn verbintenissen, zijn verbintenissen niet tijdig zal nakomen en dat de gevolgen van die niet-nakoming voldoende ernstig zijn voor de schuldeiser. » (artikel 5.90).

Wat de architect betreft, dient opgemerkt dat deze niet enkel garant staat voor zijn eigen belangen maar ook voor het algemeen belang dat vereist dat de bouwheer de voorschriften naleeft die de kwaliteit van het bouwwerk bepalen.

Deze voorwaarden bestonden reeds, mutatis mutandis, in toepassing van artikel 1184 van het oud Burgerlijk wetboek, zoals bevestigd in een arrest van de 2de kamer van het Hof van Beroep te Bergen van 3 maart 2015 (2013/RG/67).

Onder meer de tekortkomingen van de schuldenaar en de verplichte voorafgaandelijke ingebrekestelling die duidelijk de beslissing omschrijft om het contract te ontbinden, waarbij de motieven van de beslissing, zijnde de wanprestaties van de schuldenaar, eveneens duidelijk worden omschreven.

  1. Toepassing van de ontbinding

Het nieuwe Burgerlijk wetboek brengt een aantal wijzigingen aan met betrekking tot de toepassing van de ontbinding van de overeenkomst, die op 3 manieren uitwerking kan krijgen  (artikel 5.90) :

  • Door een rechterlijke beslissing
  • Door de toepassing van een ontbindend beding
  • Uit een kennisgeving van de schuldeiser aan de schuldenaar

A. Rechterlijke beslissing (artikel 5.91)

In het oude Burgerlijk wetboek voorzag artikel 1184 in een tussenkomst van de rechter, hoewel het Hof van Cassatie de eenzijdige ontbinding had toegestaan zonder rechterlijke tussenkomst maar met een a posteriori controle door de rechter ; een partij kon beslissen «  op eigen gezag en op eigen risico, om haar verbintenissen niet meer uit te voeren en kennis geven aan de wederpartij dat zij de overeenkomst als beëindigd beschouwt » (Cass. 2 mei 2002, Pas. 2002, I, 264).

Artikel 5.91 van het nieuwe Burgerlijk wetboek voorziet dat de ontbinding in rechte kan gevorderd worden ; de rechter kan dan ofwel de ontbinding uitspreken, ofwel een termijn toestaan aan de schuldenaar om hem toe te laten zijn verbintenissen na te komen.

Deze optie biedt meer rechtszekerheid aangezien de ontbinding desgevallend wordt uitgesproken door de rechter.

Maar ze heeft ook een enorm nadeel ten gevolge van de gerechtelijke achterstand !

Jaren wachten om een definitieve rechterlijke beslissing te bekomen is uiteraard niet ideaal voor de architect, die met een ernstige niet-uitvoering van verbintenissen wordt geconfronteerd in hoofde van de bouwheer.

B. Ontbindend beding (artikel 5.92)

Dit beding geeft aan de schuldeiser het recht om de overeenkomst te ontbinden zonder voorafgaandelijke rechterlijke tussenkomst, wanneer de schuldeiser tekort komt aan één van zijn verbintenissen.

Dit beding vindt uitwerking door een geschreven kennisgeving aan de schuldenaar, die de tekortkomingen aanduidt.

De architect heeft er dus belang bij om dergelijk beding in de overeenkomst op te nemen, zodat hij desgevallend snel de ontbinding van de overeenkomst kan bekomen.

Uiteraard moeten de motieven van een ontbinding voldoende ernstig zijn en moet de niet-uitvoering worden vastgesteld.

Zo kunnen we bijvoorbeeld verwijzen naar de niet-betaling van de erelonen binnen de voorziene termijnen, ondanks herinneringen of de schadelijke inmenging van de bouwheer en de schending van de architecturale voorschriften door deze laatste.

Het beding moet duidelijk omschreven worden, zeker wanneer de bouwheer een consument is.

C. Ontbinding door kennisgeving aan de schuldeiser (artikel 5.93)

Na de nuttige maatregelen te hebben genomen om de niet-uitvoering door de schuldenaar vast te stellen, kan de schuldeiser, op eigen risico, de overeenkomst ontbinden door een geschreven kennisgeving aan de schuldenaar, waarbij de tekortkomingen duidelijk worden aangegeven.

In deze hypothese is de ontbinding niet gebaseerd op een beding in de overeenkomst die het recht geeft op ontbinding.

De beslissing wordt genomen « op eigen gezag en risico » van de schuldeiser ; de wet verduidelijkt date en buitengerechtelijke ontbinding, die onregelmatig of abusief is, onwerkzaam zal zijn indien niet voldaan is aan de vereisten van de ontbinding of indien de ontbinding abusief is (artikel 5.94).

Dit risico kan vermeden worden indien de kennisgeving gebaseerd is op een ontbindend beding in de overeenkomst, zoals hierboven uiteengezet.

  1. Conclusie

De contractuele relatie tussen de architect en zijn cliënt is complex en fragiel.

Het succes van de operatie is afhankelijk van verschillende factoren, waarvan sommige niet redelijk voorzien kunnen worden bij de sluiting van de overeenkomst.

De voorzichtigheid gebiedt dan ook het opnemen van ontbindende bedingen die de architect beschermen en hem efficiënte middelen geven om de overeenkomst, waarvan de uitvoering onmogelijk is geworden door een ernstige fout van de bouwheer en na herhaaldelijke aanmaningen, op een snelle manier te beëindigen.

Tenslotte dient herhaald dat een recht steeds moet worden uitgeoefend op proportionele wijze, zodat elk misbruik vermeden wordt.

You can place your call out box text here

CategoryArchitecture